theodor herzl

De Jodenstaat

Poging tot een oplossing van het joodse vraagstuk

Theodor Herzl (1860-1904) studeerde rechten in Wenen. Hij werd echter journalist, schrijver en zionistisch activist. Van 1891 tot 1895 was Herzl correspondent van de Oostenrijkse krant Neue Freie Presse in Parijs en van 1896 tot aan zijn dood in 1904 bleef hij feuilletonredacteur van het blad. Theodor Herzl geldt als de voornaamste grondlegger van het moderne zionisme. En De Jodenstaat (1896) geldt als het zionistisch manifest par excellence . Het boek beschrijft indringend hoe het groeiende anti-semitisme de joden noopt om zich bij elkaar in een staat te vestigen. Argentini� en Palestina zijn kadidaten om de miljoenen Europese joden te huisvesten. Herzl beschrijft nauwgezet hoe de voorbereidingen van de staat door de Jewish Society moesten geschieden, hoe de �overplanting� van complete joodse leefgemeenschappen zou moeten plaatsvinden en hoe het er bij de ingebruikneming van het nieuwe land aan toe zal gaan. De Jodenstaat is een blauwdruk van hoe deze staat eruit zou moeten gaan zien. Op bondige wijze komen allerlei onderwerpen aan bod: huisvesting, scholing, politie en leger.

Uit De Jodenstaat:

'Dit geschrift moet de aanzet geven tot de algemene discussie over het joodse vraagstuk. Vrienden en vijanden zullen eraan deelnemen, en naar ik hoop niet langer op de tot nu toe gevolgde manier van sentimentele verdedigingen en onbehouwen beledigingen. Het debat moet inhoudelijk, groot, ernstig en politiek gevoerd worden.'

'Ieder is in zijn geloof of ongeloof even vrij en onbegrensd als in zijn nationaliteit. En als het zo uitkomt dat er mensen van een ander geloof of een andere nationaliteit onder ons wonen, dan zullen wij ervoor zorgen dat zij een fatsoenlijke bescherming en rechtsgelijkheid genieten. In Europa hebben wij geleerd tolerant te zijn. Ik zeg dat niet eens spottend. Het huidige anti-semitisme kan men slechts op ge�soleerde plaatsen aan de oude religieuze onverdraagzaamheid gelijkstellen. Bij de cultuurvolkeren is het in de meeste gevallen een beweging waarmee zij met een spook uit het eigen verleden willen afrekenen.'

Uit het nawoord van Isaac Lipschits:

�In een autobiografische schets die op 14 januari 1898 in de Jewish Chronicle verscheen, vertelt Theodor Herzl dat hij bij het schrijven van Der Judenstaat in een zo verheven gemoedsstemming verkeerde als hij nog nooit tevoren had gekend. Het deed hem denken aan Heinrich Heine, die bij het schrijven van een gedicht het wieken van de vleugels van een adelaar boven zijn hoofd hoorde. Ook Herzl meende geruis te horen wanneer hij schreef aan De Jodenstaat. �s Avonds, uitgeput door het werk aan wat hij als zijn grote plan zag, was zijn enige verpozing het luisteren naar de muziek van Richard Wagner, vooral naar de opera Tannh�user .�

Met een nawoord van Isaac Lipschits. Vertaald uit het Duits door Sander Hendriks.


NUR 686
Gebonden, met stofomslag, 13,5 x 21 cm
Omvang: 144 pp.
EUR 19,-


Laatste wijzigingen: 8-09-2004