Sebastian Haffner

Het verhaal van een Duitser

1914-1933

Toen de journalist, commentator en schrijver van onder andere Anmerkungen zu Hitler Sebastian Haffner in 1999 overleed, bleek zich in zijn nalatenschap een nooit gepubliceerd manuscript te bevinden, zijn eersteling: Geschichte eines Deutschen - Die Erinnerungen 1914-1933.

Het boek beschrijft de eerste drie decennia van het leven van een intelligente en eigenzinnige jongeman. Afkomstig uit de gegoede burgerij, ervaart hij als kind van zeven jaar het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog als een verstoring van zijn vakantie-idylle. Het is een oorlog die zich vrijwel volledig uit het zicht afspeelt; de slagen worden gevoerd in de loopgraven in België en Frankrijk of op de steppen in het oosten. Het thuisfront heeft soms last van honger en andere problemen, maar merkt verder weinig, afgezien natuurlijk van de vele doden en gewonden die in elke familie te betreuren zijn. Maar het is geen wereldoorlog met de constante bombardementen op Duitse steden, zoals de Tweede dat wel zou worden. Volgens Haffner is dat gebrek aan directe voeling met de oorlog er de oorzaak van dat zijn generatie zo gemakkelijk in de volgende stapte; niemand leek te beseffen dat die totaal anders zou worden en ook op Duits grondgebied zou worden uitgevochten.

Het interbellum beschrijft Haffner met de hem kenmerkende scherpzinnigheid. De gierende inflatie van 1923, met jeugdige beursspeculanten en hulpeloze vaders, met honger en verspilling tegelijk, het zijn voor de jonge Haffner de toonbeelden van een uit zijn voegen geraakte wereld waartegen geen revolutie meer kan helpen. Dat de bom uiteindelijk zou barsten en zich zou laten zien in de vorm van een ongebreideld rechts-extremisme gepaard aan georganiseerde rassenhaat was voor hem al snel een onafwendbaar feit.

Zijn feilloze inzicht in de ontwikkelingen moest er ook toe leiden dat hij uiteindelijk zou vluchten naar Engeland. Niet alleen het feit dat zijn vrouw joods was, deed hem daartoe besluiten; voor een mens als Haffner was in een door nazi's bestuurd land eenvoudigweg geen plaats.

Na 1945 behoort de journalist Haffner tot de crème de la crème van de Duitse geschiedschrijving. Zijn naam staat voor een totale onafhankelijkheid van geest en een pretentieloze en elegante schrijfstijl. Ook in dit boek gebruikt Haffner al zijn fijnzinnige ironie om terug te blikken op de periode tussen de twee wereldoorlogen. Het boek is zonder meer de belangrijkste vondst in zijn nalatenschap.

In Duitsland reeds meer dan 300.000 exemplaren verkocht.

ISBN 90 5330 305 7
NUGI 641
Gebonden met stofomslag; 135 x 210 mm
Omvang: 256 pp
NLG 49,58

'Een schitterende ontdekking: Sebastian Haffners eerste boek, en misschien wel zijn beste.' (Die Zeit)

'De scherpzinnigheid van zijn boek is, ondanks de enorme hoeveelheid aan later geschreven geschiedschrijvingen, nog steeds onovertroffen. Sebastian Haffner maakt begrijpelijk waarom Hitler mogelijk werd. [�] Zonder twijfel het belangrijkste boek van het jaar.' (Frankfurter Allgemeine Zeitung)

'Het fascinerende van het boek ligt in de poging van een rationele man de waanzin van zijn tijd te begrijpen. Haffner beschrijft al de ellende in een onopgesmukte stijl, waardoor het relaas des te indrukwekkender wordt.' (Elsevier)

'Een criticus van Die Zeit schreef over hem: "Het lijdt geen twijfel: over de slanke bijdragen van Sebastian Haffner, een van de grote publicisten, zal nog gediscussieerd worden als de meeste volumineuze geschiedenisboeken al lang vergeten zijn". Dat woord "slanke" slaat de spijker op zijn kop, in tweeërlei betekenis. Haffner schrijft zo helder en compact dat zijn boeken meestal van bescheiden omvang zijn. Ook in ander opzicht is de term gelukkig gekozen. "Slank" zijn ze ook in de zin van "elegant", "gracieus".
Het heeft geez zin Haffners Verhaal na te vertellen. Juist door zijn bondigheid, de scherpte van de observatie en de meeslepende verteltrant is navertelling bij voorbaat een mission impossible.'
(Het Parool)

Vertaald uit het Duits door Jacqueline Godfried
Co-uitgever in Vlaanderen: Knack Wereldbibliotheek (Roularta Books)

Sebastian Haffner
Foto: Hans van den Bogaard/HH

Sebastian Haffner begint zijn boek als volgt:

'Het verhaal dat hier verteld zal worden, heeft als onderwerp een soort duel.

Het is een duel tussen twee zeer ongelijke tegenstanders: tussen een buitengewoon machtige, sterke en meedogenloze staat en een klein, anoniem, onbekend individu. Dat duel speelt zich niet af op het terrein dat men gewoonlijk ziet als politiek terrein; de burger is absoluut geen politicus, en al helemaal geen samenzweerder, of "staatsvijand". Hij bevindt zich continu volledig in het defensief. Hij wil niets anders dan datgene beschermen wat hij, zo goed en zo kwaad als dat gaat, ziet als zijn eigen persoonlijkheid, zijn eigen leven en zijn persoonlijke reputatie. Dit wordt allemaal door de staat, waarin hij leeft en waarmee hij het aan de stok heeft, voortdurend onder vuur genomen, met uitermate wrede en nogal lompe middelen.

Door middel van vreselijke dreigementen eist deze staat van dit individu dat hij zijn vrienden opgeeft, zijn vriendinnen verlaat, zijn opvattingen afzweert, voorgeschreven opvattingen aanvaardt, anders groet dan hij gewend is, anders eet en drinkt dan hij wil, zijn vrije tijd gebruikt voor bezigheden die hij verafschuwt, zichzelf ter beschikking stelt voor avonturen waar hij niets mee te maken wil hebben, zijn verleden verloochent en zijn integriteit prijsgeeft, en zich vooral voor al die dingen voortdurend ontzaglijk enthousiast en dankbaar betoont.

Dat wil het individu allemaal niet. Hij is slecht voorbereid op het offensief waarvan hij het slachtoffer is, hij is geen geboren held, laat staan een geboren martelaar. Hij is eenvoudigweg een doorsnee-man met vele zwakke kanten, en bovendien nog het product van een kritiek tijdperk: dit echter wil hij niet. En zo begint hij aan het duel, zonder geestdrift, eerder schouderophalend; maar met een stille vastbeslotenheid om niet toe te geven. Hij is vanzelfsprekend veel zwakker dan zijn tegenstander, maar wel iets behendiger. We zullen zien hoe hij afleidings-manoeuvres maakt, uitwijkt, plotseling weer een uitval doet, hoe hij balanceert en zware slagen ternauwernood pareert. We zullen moeten toegeven dat hij zich voor een doorsnee-man zonder bijzondere aanleg om held of martelaar te worden over het geheel genomen heel kranig houdt. Toch zullen we zien hoe hij ten slotte de strijd moet staken of, zo men wil, hem op een ander niveau moet voeren.

De staat is het Duitse Rijk, de burger ben ik. De wedstrijd tussen ons kan boeiend zijn om te zien, zoals iedere wedstrijd. (Ik hóóp dat het boeiend zal zijn!) Maar ik doe er niet alleen verslag van omwille van het vermaak. Ik heb er nog een andere bedoeling mee, die mij nader aan het hart ligt.

Mijn persoonlijke duel met het Derde Rijk is geen op zichzelf staand geval. Zulke duels, waarbij een burger zijn integriteit en zijn persoonlijke reputatie tegen een oppermachtige vijandelijke staat probeert te verdedigen, worden de afgelopen zes jaar in Duitsland in duizend- en honderdduizendvoud uitgevochten elk daarvan volkomen geïsoleerd en allemaal achter gesloten deuren. Veel duellisten, van nature meer geneigd tot heldhaftigheid of martelaarschap, hebben het verder geschopt dan ik: tot het concentratiekamp, het blok, plus het recht op toekomstige monumenten. Anderen hebben al veel eerder het bijltje erbij neergegooid en zijn nu allang stilletjes morrende SA-reservisten of NSV-blokhoofden. Mijn geval zal precies een doorsnee-geval zijn. Je kunt er goed aan afzien hoe het er op het ogenblik met de mensen in Duitsland voorstaat.

We zullen zien dat hun positie tamelijk hopeloos is. Als de buitenwereld dat zou willen, zou die positie niet zo volslagen hopeloos hoeven te zijn. Ik geloof dat de buitenwereld er belang bij heeft om te willen dat hun positie iets minder hopeloos is. Zij zou zich daarmee wellicht een paar oorlogsjaren besparen, maar niet meer de oorlog zelf; daarvoor is het te laat. Want de Duitsers van goede wil, die hun persoonlijke vrede en hun persoonlijke vrijheid pogen te verdedigen, verdedigen zonder het te weten ook nog iets anders: de vrede en de vrijheid van de wereld.

Het lijkt me daarom nog steeds de moeite waard om de aandacht van de wereld op deze gebeurtenissen in het onbekende Duitsland te vestigen.

Ik wil in dit boek alleen maar vertellen en geen moraal prediken. Maar het boek hééft een moraal, die, net als het "andere en grotere thema" in Elgars Enigma-variaties - onuitgesproken - "door het hele werk heen voelbaar is en erboven uitstijgt". Ik heb er niets op tegen dat men na lezing alle avonturen en belevenissen die ik vertel weer vergeet. Maar ik zou heel tevreden zijn als men de moraal, die ik verzwijg, níet zou vergeten.'